Geschiedenis Müller Transport

Rond 1900 start J. G. P. Müller als boerenzoon een eigen transportbedrijf. In deze tijd werden veel goederen per trein aangevoerd, o.a. inboedels, steenkolen en straatstenen. Müller transporteert deze van het station naar de eindbestemming. Hij exploiteert tevens een vrachtdienst met paard en wagen, eerst naar Deventer, later ook naar Almelo. Hiervoor kocht hij een paard (Max) aan van de Cavaleriekazerne Deventer.

In mei 1920 was er een veiling van oud legermaterieel van het Duitse leger (uit de eerste wereldoorlog) in de plaats Aalten. Müller reisde daar, samen met vriend Hardonk uit Deventer, met de trein naartoe. Zij hebben daar elk een vrachtwagen gekocht van het merk Daag, aangedreven door ketting en massieve banden. Omdat zij nog nooit met zo'n ding hadden gereden, gingen ze maar weer met de trein terug. In Holten aangekomen vroeg Müller de plaatselijke kapper Van Geenhuizen, van wie hij wist dat deze weleens met zo'n voertuig had gereden, of hij de vrachtwagen naar Holten wilde brengen. Deze reisde de volgende dag met de trein naar Aalten, waarna hij later die dag met veel lawaai in Holten arriveerde. In Holten zeiden ze: "Noe hef Pauw zien letste sprong 'edoan".

In die tijd werd er ook veel vlees vervoerd voor de Joodse veehandelaren en slachters Kater en Pagrach, naar Anton Hunink en Stegeman in Deventer. Dit vervoer ging voorheen per trein, maar nu kreeg Müller met zijn vrachtwagen deze klanten. Met de auto ging het reizen toch wel wat sneller dan met paard en wagen. Dorpsgenoten reden daarom vaak mee met de vrachtwagen. Als zij weer in Holten aankwamen, zeiden ze: "Wat gaat dat hard, wat gaat dat hard, de bomen langs de weg lijken wel één plank". Later, als de zaken nog wat beter gaan, neemt Paul Müller twee auto's van het merk Presto, aangekocht van de Nederlandse krijgsmacht, in gebruik.

In 1925 werd een eenvoudige autobus voor personenvervoer aangekocht, want het vervoer van mensen die met de vrachtwagen wilden meerijden, werd te omvangrijk. Zo ontstond Müllers Autobus Dienst. Deze groeide later uit tot de Overijsselse Autobus Dienst (O.A.D.), nu bekend als OAD Reisorganisatie.

Het transportbedrijf is in 1945 overgegaan op zoon Hendrik. In 1965 gaat Hendrik samen met zijn zoon J. G. P. (Pauw) Müller verder onder de naam Fa. H. Müller & Zn. Deze Pauw Müller, kleinzoon van de oprichter, heeft zijn bedrijf in 2011 overgedaan aan Brink Twente. Vanwege de relatieve kleinschaligheid en de hedendaagse economische ontwikkelingen ontstond de wens om aan te sluiten bij een grotere vervoerder.